Mouvement politique des objecteurs de croissance (mpOC)

Accueil du site > Le mouvement > Manifest

Manifest

mpOC | Posté le 8 février 2014

Un nouveau membre, néerlandophone, nous propose ce projet de traduction en néerlandais de notre Manifeste. Merci beaucoup à lui.

Toute proposition d’amélioration de ce projet de traduction est bienvenue, et à adresser au Secrétariat général

PDF - 173.2 ko
Télécharger le projet de traduction du manifeste en néerlandais

Manifest voor het groeibezwaar

Brussel, 18 ocktober 2009

We leven in een wereld in crisis, uit iedere gezichtshoek, op een planeet dat we bezig zijn onleefbaar te maken voor onszelf en voor talloze andere levende wezens [1]. Velen delen deze analyse. Toch, in het aanzien van deze erge situatie, blijven velen uit het beleid (economisch, financieel, politiek…) gesteund door een blind vertrouwen in technologie en wetenschap, slechts acties voorstellen conform aan het huidige model, dat aan de oorzaak ligt van de crisis, het model van oneindige ontwikkeling en groei, met als enige doel het opstapelen van bezittingen zonder limiet. U die begaan bent met de toekomst van de mensheid en de planeet nodigen we hierbij uit om ons te vervoegen en een kritische nieuwe en globale blik te werpen op ons maatschappijmodel en zijn effecten op het ecologische, sociale, culturele en ethische vlak ; om met ons na te denken over een project van een solidaire en rechtvaardige maatschappij, gebouwd op groeibezwaar, waar de ecologische voetafdruk [2] van elkeen en allen samen kleiner is dan de draagbare limiet van het ecosysteem waarin we leven .

Het groeibezwaar is een in vraag stellen van de economische groei, het uitgedragen objectief van de regeringen, opgesloten in een bekrompen visie van de mens waar alleen zijn economische functies van productie en consumptie tellen . Deze groeilogica wordt verondersteld onmisbaar te zijn voor het algemeen welzijn . Het is nochtans onmogelijk een economische groeipolitiek te veralgemenen . op een beperkte planeet is een onbeperkte groei onhoudbaar : zij versnelt de uitputting van de niet hernieuwbare grondstoffen voorbij het beheersbare en van de hernieuwbare grondstoffen voorbij hun ritme van hernieuwing .

Vandaag, veroorzaken de rijke (zogezegd ontwikkelde )landen, op een steeds sneller tempo natuurlijke grondstoffen afnemend, steeds gevaarlijker onevenwichten . De negatieve ecologische inwerkingen laten zich voelen op de ganse planeet maar straffen vooral de arme landen, die nauwelijks enige verantwoordelijkheid hieraan hebben .Ten andere, daar de economische activiteiten in hoofdzaak gebouwd zijn op het gebruik en de omzetting van niet hernieuwbare grondstoffen, in het bijzonder de fossiele en splijtbare energieën waarvan de rol bepalend is, spreekt het vanzelf dat de competitie voor de toegang tot deze gelimiteerde grondstoffen winnaars en verliezers maakt .Het is totaal hypocriet te doen geloven dat iedereen kan profiteren van een dergelijk systeem gebaseerd op een geest van verovering en vermarkting van de wereld : de volkeren van de landen “in ontwikkeling” zijn onvermijdbaar gedoemd de verliezers te zijn in deze verwestersing van de planeet.

Een ander dramatisch gevolg van de groeilogica bestaat erin dat ze het publiek goed veronachtzaamd, en de sociale praktijken en de grondstoffen zonder marktwaarde of die de markt hinderen negeert . Het heilige BBP ( bruto binnenlands product), waarvan men zich bedient om de gezondheid van de naties te evalueren, meet de som van de toegevoegde marktwaarden geproduceerd in een land gedurende een jaar .Iedere activiteit die goederen of diensten verloont draagt dus bij aan het BBP. Niets onderscheid een schadelijke van een positieve activiteit ; bovendien wordt de schade veroorzaakt door een economische activiteit pas verrekend wanneer ze hersteld wordt door een andere activiteit .De dynamiek van de groei gemeten door het BBP negeert dus de ecologische en sociale schade, ten hoogste het herstel, maar nooit het voorkomen en nog minder de voorzorg, meebrengend.

Vandaag stellen we in de rijke landen zoals de onze vast dat de groeilogica de inkomens- en welzijnsverschillen doet toenemen tussen de rijk en arm . Ze gaat vergezeld van onomkeerbare vervuiling en van de productie van onafbreekbaar afval dat ons levensmilieu meer en meer bedreigt. Ze vernietigt van langs om meer de sociale band en de sfeer van kosteloosheid, in het bijzonder de niet verloonde arbeid met groot sociaal nut . We stellen dus de wandaden van het dominante economische systeem vast en nodigen uit om de weg van het groeibezwaar te kiezen, voor een ecologisch houdbare, rechtvaardige en solidaire maatschappij .

Vier nauw verwante crisissen die samen de crisis van de samenleving vormen

Ecologische crisis, vooreerst.

De schade veroorzaakt door de industrialisatie is veelzijdig : de mensen putten de natuurlijke grondstoffen uit, vernietigen duizenden soorten, vervuilen lucht, water en gronden, decimeren de bossen en produceren zoveel schadelijke gassen dat het klimaat wordt gewijzigd. Het geheel van de vervuiling, hetzij chemisch, radioactief, elektromagnetisch of enige andere vorm, heeft oncontroleerbare en nefaste gevolgen voor het menselijk leven en de biodiversiteit. Alles wijst erop dat sommige grenzen van onomkeerbaarheid zijn overschreden of op weg overschreden te worden. De vervuiling nog te doen aangroeien getuigt van onbewustheid en onverantwoordelijkheid.

De rijke landen(Europa, USA, Japan…) verkwisten de natuurlijke grondstoffen op zodanige wijze dat indien alle bewoners van de planeet deze levensgewoonten zouden aannemen dat de geïndustrialiseerde landen laten voorspiegelen doorheen de wereld, er drie of zes planeten zouden nodig zijn. De politieke antwoorden op deze vaststelling zijn, gekluisterd binnen de groeilogica, eenvoudigweg niet pertinent.

Sociale crisis, ook .

Niettegenstaande de groeibelofte neemt de voedselonveiligheid niet af in de wereld, en de ondervoeding tot zelfs de hongersnood doodt of schaadt de gezondheid van honderden miljoenen mensen. Tezelfdertijd slaan de ziektes samenhangend met de westerse levenswijze en de diverse vervuiling wild toe : het voorkomen van astma, allergieën, zwaarlijvigheid maar ook kanker en neurologische aandoeningen groeit gestadig. De sociale onzekerheid slaat evenzeer toe : talrijk zijn diegenen die periodes van professionele uitputting kennen tengevolge van stress en van het razende tempo dat wordt opgelegd onder het dictaat van de competitiviteit. Even talrijk zijn de uitgestotenen van de arbeidsmarkt die in de schande leven ; de sociale ongelijkheden verdiepen zich en de miserie groeit zowel in de rijke als in de arme landen.

Zincrisis, nog altijd.

Meegesleurd in de wervelwind van produceren en consumeren dat een vlucht vooruit is, verliezen we oog voor de inkrimping van onze vrijheid die gelimiteerd wordt tot het kiezen tussen producten en het ons identificeren met commerciële merken. De ware zin van het leven, dat een zoektocht is naar het zelf, is uit het programma verwijderd .Aanhoudend bezig, opgewonden, afgeleid hebben we geen tijd meer om na te denken op het moment zelf dat we goederen, diensten en onze relaties verbruiken.

De menselijke banden hebben plaats in een systeem waar onze aangeleerde reflex is om ons grootste profijt te zoeken, ten koste van de solidariteit. Verbonden met de massamedia die ons een illusie van aanwezigheid geven, stellen we met onmacht onze moeilijkheid vast om eenvoudigweg te zijn, met onszelf en onze soortgenoten.

Politieke crisis, uiteindelijk.

De misbruikte burgers stellen geen vertrouwen meer in de politieke verantwoordelijken. Gedwongen de nagenoeg – gelijkwaardigheid van alle politieke daden uitgevoerd door de partijen aan de macht, buiten enkele kleine verschillen en wat mondelinge accenten vast te stellen, bereiden ze zich op het electorale ritueel voor zonder enthousiasme of kiezen ervoor eraan te verzaken .

Het gebrek aan luisterbereidheid van de politieke elites ten aanzien van populaire protesten, het ontbreken van mechanismen van directe democratie en vooral het overlaten van de politiek van zijn richtinggevende en beslissingsmacht aan nauwelijks of niet gecontroleerde instanties (Europese Unie, WTO…), bewakers van de vrijhandel orthodoxie, verklaren grotendeels deze zorgwekkende evolutie .

Inderdaad, de regeringen en politieke partijen hebben nauwelijks nog manoeuvreer ruimte vermits ze zich hebben ingesloten in de groeilogica ; deze dwingt hen investeerders aan te trekken en hen voortdurend te begeleiden elke ietwat dwingende maatregel vermijdend . Het is duidelijk dat de financiële belangen van de transnationale groepen zwaarder wegen dan het recht van de bevolking .

Als men er aan toe voegt dat de grote maatschappelijke vraagstukken meestal onttrokken worden aan het publieke debat, de “vooruitgang” niet in vraag kunnen stellend, ziet men dat de groei ideologie nauwelijks plaats laat aan het publieke debat .

Wij, die de groeibezwaarden, betreuren de schade veroorzaakt door de groei ideologie en alle omstandigheden die haar bepalen .

Illusies en bedrog

In antwoord op deze vier zware crisissen worden verschillende foutieve oplossingen voorgedragen door de beslissers :

  • De misleidende ideologie van de vooruitgang ;
  • De illusie van de reddende technologische innovatie ;
  • Het bedrog van de duurzame ontwikkeling.

De analyse toont ons dat deze antwoorden illusoir zijn want ze vereisen een aanhoudende economische groei en veranderen in niets wat er reeds is ; ze zijn dus onaanvaardbaar en moeten aan de kaak gesteld worden.

De misleidende ideologie van de “Vooruitgang”

De ideologie van de vooruitgang bestaat er in de Mens te beschouwen als meester van de natuur die onvermijdelijk verder gaat naar de aanhoudende verbetering van de wereld. Dergelijke voorstelling verwerpt of negeert alle kennis komende uit een ver verleden of van oude beschavingen, verhult onze huidige problemen en verbergt de komende.

De ideologie van de vooruitgang zegt ons in de grond dat we ons niet ongerust moeten maken, dat de wereld zal verbeteren, dat er oplossingen zullen worden gevonden, dat we verder gaan moeten gaan in de huidige richting – uiteraard de beste, want ingesteld door de Mens en zijn “Wetenschap”. Het geloof in de “ Vooruitgang ” ondersteunt de ideologie van de groei : ze is alomtegenwoordig en zijn illusie voedt het consumentisme.

De illusie van de reddende technologische innovatie

We leven in een wereld die systematisch de technologische innovatie aanprijst zonder het geheel van zijn sociale en milieu gevolgen in acht te nemen, vergetende dat het hetzelfde geloof is die de ecologische rampen heeft veroorzaakt die de technologie vandaag pretendeert op te lossen . Zoals bijvoorbeeld, een medische spitstechnologie, ondenkbaar buiten het kader van een geïndustrialiseerde maatschappij, die toelaat kankers te behandelen… ten gevolge van de vervuiling veroorzaakt door de industrialisering. Volgens sommigen zal de technologie in de toekomst in staat zijn de industrieën properder te maken, andere minder vervuilende energie bronnen te vinden… Deze illusies worden hardnekkig onderhouden door de industrieën op zoek naar subsidies en maximaal profijt, en door de politiek die zich verschuilt achter deze gemakkelijke visie vermits het hen hun verantwoordelijkheid afneemt.

We worden volledig afhankelijk en onderworpen aan de technologie vermits we steeds minder bekwaam zijn om zonder haar te leven en steeds minder bekwaam, grotendeels, om de producten te herstellen die ze voortbrengt . Inderdaad, haar complexiteit is zodanig dat we haar niet kunnen persoonlijk of gezamenlijk beheersen… Zo leven we in de onwetendheid over het net van afhankelijkheid dat zijn gebruik voortbrengt : de technologische apparaten bestaan niet op zichzelf, ze vereisen een ganse onderliggende organisatie.

We zijn aan haar onderworpen want de technologische innovaties die grote delen van onze levens bepalen zijn het resultaat van programma’s van onderzoek en ontwikkeling ontworpen en beslist buiten elk echt democratisch debat, zelfs wanneer ze werden gefinancierd door de publieke machten… Nochtans, de machines die we “gereedschappen” noemen zijn geen neutrale objecten : hun gebruik bindt ons in een systeem van beperkingen, meer zelfs het verandert ons, wijzigt onze verhouding tot de tijd, tot de ruimte, tot de andere menselijke wezens. De technologie verandert onze blik op de wereld en zelfs onze principes. In realiteit kunnen bepaalde technologische ontwikkelingen, die voorgesteld worden als oplossingen, desastreuze economische en ecologische(biobrandstoffen) gevolgen hebben of zware risico’s voor de maatschappij met zich dragen (GGO). Anderen hebben dergelijke enorme potentiële implicaties ( terwijl hun inbreng, in dit stadium, hypothetisch blijft - bijvoorbeeld de nanotechnologieën), dat voorzichtigheid en debat zich duidelijk opdringen.

Het wordt tijd om ons ervan te vergewissen dat de technologie alleen in geen enkel geval de crisissen kan oplossen met dewelke we worden geconfronteerd.

Verstaan we ons goed : het groeibezwaar is noch het verlangen naar een onmogelijke terugkeer naar het verleden, noch het verwerpen van alle techniek. Zij wil drager zijn van ecologisch en sociaal duurzame technologische keuzes. Ze houdt in het afstand doen van bepaalde technologieën (bvb. Kernenergie), en het beperken van andere. De voorkeur zal worden gegeven aan “schone” technologieën, beheersbaar en aangepast aan een gebruik op kleine schaal.

Het bedrog van de duurzame ontwikkeling

Het concept van duurzame ontwikkeling (“sustainable development”) zag het licht in 1987 met de publicatie van het “Rapport Brundtland” van de mondiale commissie van milieu en ontwikkeling van de Verenigde Naties . Het is gedefinieerd als de ontwikkeling die beantwoordt aan de huidige behoeften zonder de capaciteit van toekomstige generaties om aan hun behoeften te voldoen in het gedrang te brengen. De duurzame ontwikkeling huldigt, volgens dit zelfde rapport, een nieuw tijdperk in van economische groei in, die toelaat beter de problemen van de milieu degradatie te bestrijden.

In 1992, heeft de verklaring van Rio deze logica aangenomen, en zijn principe n° 12, zei een open economisch internationaal systeem te bevorderen dat in staat was een economische groei en een duurzame ontwikkeling te verwekken in alle landen . De duurzame ontwikkeling stelt dus helemaal niet de groei en de “behoeften” van het heden in vraag . Het is dus niet verwonderlijk dat 15 jaar na Rio, de toestand van de planeet zich heeft blijven verergeren ; de ecologische voetafdruk, globale parameter openbarend voor de impact van de menselijke activiteiten op het milieu, laat een steeds stijgende evolutie zien, zonder enige terugval sinds 1992. In 2005, was de ecologische voetafdruk 30% voorbij de regeneratie vermogen van de planeet tegen 10% in 1992.

Geloven dat deze degradatie veroorzaakt zou zijn door te weinig duurzame ontwikkeling zou een vergissing zijn. De duurzame ontwikkeling, in het laten geloven dat technologie, vrijhandel en goede wil volstaan om de planeet te redden, is een gevaarlijk concept. Ze laat in wezen kostbare tijd verliezen en laat staten en multinationals toe hun destructief sociaal en ecologisch gedrag voort te zetten. Men kan begrijpen dat vele ecologische militanten zich in 1987 hebben laten misbruiken door de hoop eindelijk de dingen te zien te veranderen. De feiten hebben zich sindsdien zeer wreed kenbaar gemaakt.

De duurzame ontwikkeling blijkt dus een even gevaarlijke val te zijn als het geloof in de ideologie van de vooruitgang en de reddende technologie. Hij zegt de garantie te zijn van de economische groei… waar we in werkelijkheid dringend moet van afstappen [3].

“ik wantrouw deze terminologie die riskeert slechts een afleiding te zijn, een been om op te knagen toegeworpen aan de opinie om te pogen haar te sussen en de radicale beslissingen die zich opdringen uit te stellen” verklaart Pierre Rabhi [4].

Afstappen van de groei

De dominante ideologie stelt de economische groei als wenselijk, noodzakelijk en onvermijdelijk. De oneindige groei is nochtans slechts een menselijke mentale bedrieglijke constructie : het is geen economische fataliteit noch een maatschappelijke noodzaak. De huidige wereld toont ons dat dit postulaat in werkelijkheid de oorzaak is van vele van onze problemen.

De oneindige economische groei is zinsbedrog

Vanuit een theoretisch standpunt loopt de economische groei spaak tegen de werkelijke fysieke limieten die kunnen worden geformaliseerd door de tweede wet van de thermodynamica (Carnot,1824) [5]. Zelfs intuïtief, is het voor iedereen begrijpelijk dat een oneindige groei in een eindige wereld totaal onmogelijk is.

Meer concreet worden we geconfronteerd met een perfecte illustratie van dit probleem : de economische groei steunt op een belangrijk verbruik van fossiele energie, waarvan nochtans de vermindering is aangekondigd voor de volgende jaren, en dat niet mogelijk zal zijn gemakkelijk te vervangen, net als andere grondstoffen uit de ondergrond in het bijzonder. Belangrijke storingen van het actueel systeem zijn dus te voorzien en houden in dat het dringend is de dingen te herdenken voorbij het kader van de groei ideologie.

De economische groei als oorzaak van de actuele crisissen

Onze samenleving heeft zijn bestemming gebonden aan een organisatie gebouwd op een ongelimiteerde accumulatie waar de groei een noodzaak is. Ze verbindt drie ingrediënten : de commerciële reclame (die ons doet verlangen naar wat we niet bezitten), het krediet (wanneer het middelen schenkt voor onmiddellijke consumptie voorbij het redelijke) en de geprogrammeerde veroudering van de objecten (waarvan de levenscyclus permanent verkort wordt, hetzij door systematische technische tekortkomingen, hetzij dank zij de bezetenheid van de innovatie [6].) Deze fenomenen zien zich gelegitimeerd door het gebod van de groei, zelfs als het beheer van het afval en de vervuiling astronomische sommen kost aan de gemeenschap en zelfs als het publieke geld meer en meer wordt gevraagd om de storingen te dekken en de noodzakelijke infrastructuur aan te brengen . Deze ideologie, die de accumulatie van rijkdommen voorstelt als legitiem, zinnig en noodzakelijk, poogt haast alle middelen van zijn in werking stelling te verrechtvaardigen, tot zijn meest inhumane : het tot koopwaar maken van water, het levende, uitbuiting van de kinderen, oorlogen voor de olie, het water, enz.

De economische groei verergert de ecologische afbraak : overexploitatie van de landbouw met intensief gebruik van vervuilende chemische producten rampzalig voor de gezondheid en het menselijk leven en de biodiversiteit, handelsmondialisering die onze uitstoot van schadelijke gassen exponentieel doet toenemen, overconsumptie met als gevolg een onbeheersbare hoeveelheid afval. Onze ecologische voetafdruk is ver boven de grens van het draagbare ten gevolge van onze ongeremde consumptie – maar noodzakelijk in het actuele systeem.

De economische groei versterkt de sociale crisis dramatisch : de Noord - Zuid ongelijkheden worden dag na dag duidelijker, de kloof tussen arm en rijk van alle landen wordt groter, miljoenen personen vallen in de miserie en kunnen zich niet onttrekken aan inhumane en vernederende levensomstandigheden. De economische groei heeft nooit het probleem van de werkloosheid kunnen oplossen en de “allen aan het werk” geest verandert ons meer als ooit in “homo economicus”, eenvoudige schakels in een absurd systeem : we werken om te consumeren, inbegrepen hetgeen we zelf produceren, zonder te raken aan de belangrijkste voordelen (economisch en menselijk). We zijn gedrongen tot permanente overconsumptie, waarborg voor het tijdelijk overleven van het systeem [7].

De economische groei is in de kern van het verlies aan zin ; ze moedigt egoïstisch individualisme, frustratie en competitie aan. De economische druk veroorzaakt depressie en zelfs zelfmoord ; we voelen ons niet meer vrij dan om te consumeren en te werken. Meer dan ooit krijgt het hebben voorrang op het zijn. De antidepressie middelen en de televisieschermen – die op vele vlakken, dezelfde globale functie hebben – werden nooit zo goed verkocht als vandaag.

De economische groei voedt uiteindelijk ook de politieke crisis : de huidige politieke klasse prijst een systeem van groei aan dat aan de bron ligt van vele kwalen zodat dit haar meer en meer ongeloofwaardig maakt. De particratie logica dat ze actief onderhoudt dwingt tot een oppervlakkige korte termijn politiek die op geen enkele wijze toelaat op de huidige uitdagingen in te gaan. Meer en meer kiezers herkennen zich niet meer in het politieke afgesproken discours, die zich systematisch buigt voor “de groei”, en voelen zich verraden door het afglijden van de democratische instellingen die al te dikwijls ten dienste worden gesteld van particuliere belangen eerder dan het algemeen goed.

Bovendien ontdoet de politieke klasse zichzelf grotendeels van zijn capaciteit tot actie, de macht die haar toekomt en de belangen van zijn burgers overlatend aan de supranationale instellingen waarvan de democratische legitimiteit betwistbaar is (Europese Unie…) of nihil (WHO, NATO…) of aan grote economische of financiële groepen.

De economische groei : verlaten !

Het is belangrijk de wijsheid van de slak te herontdekken zoals Ivan Illich ons uitlegt [8] : “De slak bouwt de delicate structuur van zijn schelp door één voor één steeds grotere spiralen toe te voegen, dan houdt hij bruutweg op en begint ditmaal krimpende kringen. Het is omdat één enkele nog grotere spiraal de schelp een zestien maal grotere afmeting zou geven. In plaats van bij te dragen aan het welzijn van het dier, zou ze het belasten. Bijgevolg zou alle vergroting van de productiviteit alleen dienen om de moeilijkheden gecreëerd door deze vergroting van de schelp voorbij de limiet gefixeerd door zijn doelgerichtheid te verhelpen.”

Deze metafoor getuigt van het onhoudbare en irrealistische karakter van de oneindige groei. Ze toont bovendien de noodzaak aan van de inkrimping van de productie, wanneer bepaalde grenzen zijn bereikt en dat dan een proces van afbraak van de positieve effecten tot dan bekomen aanvangt.

Deze inkrimping roept op zijn beurt een verandering van gezichtspunt op : de dingen moeten anders bedacht worden om de praktijk te heroriënteren en een houdbare en mogelijk gelukkige weg te volgen.

De krimping van de productie ( en van de consumptie) vraagt dus een ander theoretisch en praktisch kader in dewelke zij zich zou kunnen realiseren : het is dit kader dat we het groeibezwaar noemen, nieuw paradigma [9], in opbouw op hetwelk we ons beroepen . De krimping van de productie en de consumptie is op zich de weg die we moeten nemen om het tot een gewenste samenleving te laten komen.

Maar het nemen van deze weg moet niet op dogmatische wijze gebeuren ; inderdaad als de krimp zich op alle bevolkingsgroepen toepast, zal ze voor de meest benadeelde groepen op korte termijn veel moeilijker situaties scheppen dan voor bevoordeelde groepen . Het is dus noodzakelijk een geheel van herverdelende maatregelen te voorzien en doelmatige publieke diensten te herontplooien. Langs de andere kant, ten aanzien van de groei van de miserie en de uitsluiting, in de geïndustrialiseerde landen maar vooral in de landen van het zuiden van de planeet, is het noodzakelijk mechanismen te voorzien die het deze bevolkingen toelaat een echte en optimale toegang te bekomen op goederen en diensten onontbeerlijk voor de menselijke waardigheid, zoals toegang tot water, op voedingssoevereiniteit, op gezondheid en hygiëne diensten, op onderdak, op opvoeding en culturele ontplooiing, en dit in het respect van de regeneratieve capaciteiten van de biosfeer.

Dit nieuwe paradigma moet dus een einde stellen aan de onrechtvaardigheden en ongelijkheden die heersen in onze maatschappij alsook in de verhoudingen dat de rijke landen onderhouden met de arme landen.

Welk politiek project ?

Het groeibezwaar symboliseert door het te vernoemen een verandering van paradigma dat breekt met het geloof dat meer welzijn gaat over meer consumptie en over meer productie. het is de keuze van een andere wereldvisie waarin de zin voor matigheid het menselijk wezen en zijn activiteiten terug in evenwicht stelt met zijn milieu maar ook met zijn soortgenoten. Het is dus een politieke filosofie waarin de mens terug zijn volledige zin herneemt.

Het groeibezwaar is wenselijk alvorens noodzakelijk te zijn, wat erop neer komt te zeggen dat het groeibezwaar zich opdringt zelfs al waren de grondstoffen onbeperkt. De oplossingen die ze aanbrengt moeten niet alleen bekeken worden in het licht van de economische en ecologische doelmatigheid, in welk geval we in dezelfde val zouden trappen als de duurzame ontwikkeling. Het is zo namelijk dat het groeibezwaar het vrijmaken van het menselijk verlangen van zijn op maat stelling door het markt consumentisme zoekt, het is niet enkel om de ecologische afdruk te verkleinen maar ook om het verlangend vermogen van de menselijke wezens ten dienste te stellen van de mensheid en zijn emancipatie. De mensheid beperkt zich niet tot de economische activiteiten van de individuen. De menselijke natuur is rijk aan talrijke facetten waarvan de verscheidenheid gecultiveerd moet worden.

We moeten dus een nieuwe politieke visie van de samenleving opbouwen, een politiek idealisme dat zeker het bewustzijn van de huidige en toekomstige trauma’s veroorzaakt door de groei ideologie en zijn oplossingen inhoudt, maar die ook een nieuwe wending geeft in de zin van een herontdekking van het humanisme door de wording van een authentiek burgerschap (“ de opstanding van de gewetens” waarover Pierre Rabhi het heeft).

Bijgevolg, al wie zich afzijdig houdt of is gehouden van de uitoefening van concrete politieke activiteit – zoals de meerderheid van de “burgers” zijn in onze representatieve democratie – ziet zich de uitoefening van zijn fundamentele vrijheid ontzegd. Inderdaad ieder van ons is verantwoordelijk voor het overleven van de soort of zijn ondergang. We kunnen ons dus onder geen enkel voorwendsel afwenden, zij het uit consumentisme of uit verkramping op particuliere belangen, aan de voorrang gegeven aan de mensheid in onze eigen persoon en die van een ander persoon.

De maatschappij die we willen bouwen zou moeten in staat zijn het menselijk verlangen op te wekken en de sociale condities van vrijheid, pluraliteit, van beschikbaarheid en van opleiding te bieden zodat mannen en vrouwen hun persoonlijke ontplooiing kunnen voltooien. “We zijn wat we in ons cultiveren”, en we weten dat het mogelijk is collectief de intelligentie, de creativiteit en de wil van de menselijke wezens deel te nemen aan een radicale cultuurverandering te cultiveren, het zijn en de menselijke solidariteit waarderend eerder dan het hebben en het individualisme.

Het noodzakelijke terug in de hand nemen van de burgers van hun vermogen om hun eigen leven uit te vinden leidt ons naar werktuigen [10] die

  • controleerbaar en beheersbaar zijn door de mens en dus op zijn maat ;
  • gelokaliseerd zijn : bedrijven van geringe omvang, van nabijheid, korte kringlopen meer bepaald in de landbouw, gedecentraliseerde instellingen ;
  • de autonome bekwaamheid bevoordelen en de creativiteit ;
  • het delen van apparaten aanmoedigt die momenteel zijn geïndividualiseerd ( wagens, gereedschap voor verbouwing of onderhoud, enz.) en dus gebruiksrecht eerder dan eigendomsrecht ;
  • bevoordelen een geringer verbruik van fossiele grondstoffen, in het bijzonder brandstoffen, en beter nog een niet-verbruik ;
  • verzekeren een beheersing van de energievraag ( soberheid en doelmatigheid van energie, rationeel gebruik van energie, isolatie politiek, enz.) en een groei in kracht van hernieuwbare gedecentraliseerde energie gecontroleerd door de burgers ;
  • volgen uit de keuze van de burgers na evaluatie van de sociale, maatschappelijke en milieu impact.

Het in werking stellen van een herlokaliseerde economie op maat van de mens leidt ons tot het overwegen van een politiek systeem gesteund op kleinere ( en dus veel talrijker) eenheden dan vandaag, eenheden waar de politieke macht van elke burger zich kan uitoefenen in het kader van een directe, participatieve en solidaire democratie.

Een nieuw sociaal contract moet dus opkomen gebaseerd op volgende principes :

  • De race van de groei en de materiële vooruitgang, de competitiviteit en de geest van verovering moeten plaats maken voor het welzijn, voor de gezelligheid, de samenwerking, de solidariteit en het respect voor de levende wereld en de natuurlijke evenwichten ;
  • De neoliberale economie die we vandaag kennen moet verdwijnen ten gunste van een vreedzame niet roofzuchtige economie.

Het is dus aan een radicale politieke transformatie dat we willen werken : alle bewoners van de aarde een voldoende inkomen verzekeren en het instellen van een bio-economie verzekeren, het is te zeggen een economie die rekening houdt met de limieten in dewelke zij zich inschrijft, wat gaat door

  • herlokalisatie van economische activiteiten ;
  • voeding en energie autonomie ;
  • een economie van het herstelbare en het recycleerbare ;
  • de strijd tegen alle verspilling en dus het einde van het georganiseerde verval ;
  • publieke of niet-markt diensten van het algemeen belang ;
  • de samenwerking, autonomie en directe democratie ;
  • het respect en de bescherming van culturele en biologische diversiteiten.

De evenredige verdeling van de rijkdommen maakt integraal deel uit van deze keuzes. Iedere productiviteitswinst moet worden aangewend voor de vermindering van de arbeidstijd en de vrijmaking van vrije tijd, noodzakelijk voor een echte burgerparticipatie en de instelling van een samenleving bevrijd van het “allen aan het werk”.

Het groeibezwaar wil dus een volledig politiek project zijn. Wanneer ze de limieten in acht neemt voorbij dewelke een opstapeling van goederen ophoudt draagbaar te zijn voor de gemeenschap,bevrijdt ze ons evenzeer van de talrijke verplichtingen die de realisatie van onze humaniteit verhinderen. Het groeibezwaar is een emancipatieproject, zowel individueel als collectief, van de vervreemding van het productivisme. De vrijheid beloofd aan de gekoloniseerde volkeren, aan de loonarbeiders, aan de gedomineerde vrouwen, aan de slecht vertegenwoordigde burgers, aan de armen overal in de wereld heeft geen verwezenlijking gevonden in geen enkele vorm van moderne politieke organisatie. De aanslagen van het gemondialiseerd kapitalisme en zijn uitdrukkingen – als het machinisme, het “allen aan het werk”, het consumentisme en de concurrentie – vertegenwoordigen evenzoveel regressies ten aanzien van zijn geschiedkundige beloften. De emancipatie is meer dan ooit een hoop en een project om tot leven te brengen. het groeibezwaar is emancipatoir. Ze geeft ons terug de capaciteit te handelen en ons eigen leven in handen te nemen in plaats van het te laten verkommeren in steeds globalere en rampzaliger crisissen. Ze geeft ons terug de mogelijkheid uit te vinden en ons in te zetten in een nieuw humanistisch, bevrijdend en sociaal evenwichtig paradigma. Het is wat we willen doen door het debat in de politieke sfeer te brengen met alle democratische middelen die ons beschikbaar zijn en de Politieke beweging van verwerping van de groei scheppende en ontwikkelende.

Brussel, 18 ocktober 2009

Notes

[1] Inderdaad de biodiversiteit is reeds zwaar aangetast ; vandaag kent de uitroeiing van de soorten een snelle groei, gevolg van de vervuiling, de overexploitatie van de natuurlijke grondstoffen en van de klimaat ontregeling.

Nota (oktober 2010) : Het rapport levende Planeet 2010 maakt gewag van een globale vermindering van de biodiversiteit van 30% tussen 1970 en 2007 ; in de tropische zones bereikt deze vermindering 60%.

[2] De ecologische voetafdruk van een persoon is de schatting van de nodige bioproduktieve aardoppervlakte om te produceren wat hij verbruikt en zijn afval te absorberen . Gemiddeld beschikt iedere bewoner van de aarde zo 2,1 hectare maar we consumeren alsof we 2,7 hectare elk tot onze beschikking hebben, het is te zeggen 1,3 planeten globaal. Met de verschillen dat we bezinnen van het ene land tot het andere en tussen de rijken en de armen in eenzelfde land : bvb. Gemiddeld doet een Amerikaan alsof hij over 4,5 planeten beschikte, de Belg 2,4 planeten en de Congolees 0,3 planeten (gegevens van 2008, Global Footprint Network, www.footprintnetwork.org).

Nota (oktober 2010) : in 2010 heeft het Global Footprint Network zijn berekeningen bijgesteld volgens zijn gegevens van 2007 op datum gebracht. De ecologische voetafdruk is nog altijd 2,7 hectare per bewoner maar de mondiale gemiddelde biocapaciteit is naar 1,8 hectare per bewoner verschoven( in plaats van 2,1 hectare van hierboven- de mensheid doet dus alsof ze beschikte over anderhalve planeet). De afdruk van de gemiddelde Belg is een 8 hectare en is zelfs licht groter dan de gemiddelde Amerikaan, wat maakt dat ze beiden leven alsof ze beschikten over 4,5 planeten. De gemiddelde Congolees doet het met 0,6 planeten.

[3] Het is ook noodzakelijk de weerbots effecten in acht te nemen waar bepaalde praktijken van zogezegde “verantwoordelijke” consumptie voor de consument daden legitimeert die de goedaardige effecten van deze verantwoording totaal annuleren. Zo werd een weerbots effect geconstateerd met de eco- energietechnologieën : vermits de machine minder verbruikt hebben de consumenten de neiging ze meer te gebruiken of de vrijgekomen som aan andere verbruiksproducten te besteden, met als gevolg een globale toename van de gebruikte materiële grondstoffen of energieën en van de vervuiling.

[4] Nicolas Hulot, Pierre Rabhi en Weronicka Zarachowitz, “ Graines de possibles – Regards croisés sur l’écologie » Calmann-Levy, 2005, pagina 176.

[5] Inderdaad, het feit dat de transformaties van de energie en zijn verschillende vormen niet geheel omkeerbaar zouden zijn kan niet geen gevolgen hebben op een economie die op deze transformaties gebouwd is.

[6] Zo, wie wenst een apparaat te herstellen moet met overtuiging handelen om aan de aantrekkingskracht van het nieuwe model te verzaken en om, als dat nog mogelijk is de wisselstukken en een bekwame hersteller te vinden .De technische evolutie van de elektrische en elektronische uitrustingen (draagbare telefoons, computers, televisies, elektrische huishoudtoestellen…) is zo snel dat een toestel in goede staat verouderd is in twee of drie jaar ; in geval van panne, is de reparatie niet alleen duurder dan de vervanging maar ze verplicht te verzaken aan de technische “vooruitgang” . Heel snel bevinden de objecten zich in de afvalbakken, na deel genomen te hebben aan de uitbuiting van de personen die hen produceerden, aan de verspilling van grondstoffen, aan het energie verbruik en aan de productie van vervuiling . Op de dag van de redactie van dit manifest, produceert de Europese Unie per jaar 7 miljoen ton elektrische en elektronische afval per jaar ; deze afvalstoffen worden grotendeels uitgevoerd naar Azië en Afrika…

[7] Paul Hazard in “Le malaise américain” (1931) : “ Dan begint een immense twijfel de geesten te bezwaren. Het idee dat men moet over-produceren om te over-consumeren, het is te zeggen het idee die het economische leven van gans het land domineert, is ze juist ? Wanneer de markt is verzadigd en de productie doorgaat, wat worden ? men heeft een reclame campagne ondernomen opdat elke familie twee auto’s zou kopen : één enkele voldoet niet. Kan men haar overtuigen er drie te kopen ? Men koopt op krediet zijn wagen, zijn huis, zijn ijskast, zijn overjas, zijn schoenen. De tijd komt nochtans dat men zijn rekeningen moet betalen” geciteerd door Serge Latouche, “Petit traité de la décroissance seraine”, 2007, Editie “Mille et une nuits”.

[8] Ivan Illich, “Le genre vernaculaire”, in “ Oeuvres complètes” deel 2, Fayard,Parijs, 2005, pagina 292.

[9] Paradigma : een conceptie van de wereld, een wijze van de dingen te zien die de keuze van een bepaalde rationaliteit karakteriseert.

[10] Werktuig : Ieder object, organisatie of structuur genomen als middel tot een doel.

SPIP | Espace privé | Plan du site | Mentions légales | creative common | Suivre la vie du site RSS 2.0